Waarom de Vlaamse hogescholen meer middelen vragen voor bedrijfsgerichte en technologische professionele bacheloropleidingen

tomas legrand arteveldehogeschool directeur

Sinds het hogeschooldecreet (1995) worden opleidingen aan de hogescholen gefinancierd volgens ‘puntengewichten’. Een student bedrijfsmanagement staat voor 1,0 punten, een student chemie staat voor 1,2 en een student verpleegkunde bijvoorbeeld voor 1,6 punten. Dit systeem is anno 2019 onhoudbaar, vindt algemeen directeur van Arteveldehogeschool Tomas Legrand. 

[ OPINIE ] - De grote verschillen in financiering en omkadering zijn vandaag nog moeilijk te verantwoorden. Waar er wellicht ooit opleidingen waren met een meer collectieve theoretische inslag en andere opleidingen met een meer individuele praktijkgerichte inslag, met in dat perspectief aangepaste financiering voor elk, is dat paradigma al lang niet meer van toepassing op de hogescholen vandaag, die professionals klaarstomen voor een uitdagende  arbeidsmarkt.

Uiteraard vergt vakspecifieke inhoud een aangepaste financiering per opleiding. Anderzijds focussen alle professionele bacheloropleidingen – maar bij uitstek bedrijfsgerichte en technologische - vandaag op doorgedreven praktijkervaringen en het stimuleren van ondernemerschap en creativiteit.

Meer dan ooit wordt vandaag ingezet op de zogenoemde ‘21st century & new working skills’,  zoals generieke internationale en interculturele vaardigheden, taalvaardigheid, digitale en artistieke vaardigheid. Ook wordt zin voor initiatief, ondernemerschap en creativiteit aangemoedigd. Een nieuwsgierige houding wordt gestimuleerd en via intensieve begeleiding en coaching wordt de intrinsieke motivatie van de student om te leren, aangewakkerd. Prakijkervaring opdoen, ondermeer met werkplekleren, is een belangrijke én noodzakelijke component van alle professioneel gerichte opleidingen.  

In dat licht is het dan ook essentieel dat prioriteit wordt gemaakt van een nieuw financieringsmodel voor het professioneel hoger onderwijs, waarbij de historische verschillen in de puntengewichten van de verschillende studiegebieden in ruime mate worden weggewerkt, opdat zij  verder kunnen inspelen op de concrete noden van de arbeidsmarkt. Want ondertussen blijven de werkgevers vragen om nog meer creatieve, taalvaardige en ondernemende afgestudeerden met een praktijkgerichte bagage. Medewerkers die vanaf dag één inzetbaar zijn om vervolgens snel verder door te groeien. 

Economisch én maatschappelijk belang

Dit  academiejaar studeren in totaal 53.000 studenten in de studiegebieden Handelswetenschappen & Bedrijfskunde (puntengewicht 1,0) en Industriële Wetenschappen & Technologie (puntengewicht 1,2). En hun aantal groeit jaar na jaar. Dat is goed nieuws!

Technologische en bedrijfsgerichte professionele bacheloropleidingen leiden toe naar knelpuntberoepen[1]Het niet invullen van de knelpuntvacatures weegt maatschappelijk en economisch op onze samenleving. Een grotere en meer kwalitatieve doorstroom van afgestudeerden naar bedrijfsgerichte en technologische beroepen zorgt dan ook voor een hogere economische welvaart in onze regio.

Ondernemerschap staat centraal in bedrijfsgerichte en technologische opleidingen. Studenten worden uitgedaagd om buiten hun comfortzone te treden door aan productontwikkeling te doen en/of door een eigen onderneming op te zetten.  

Door het nastreven van economisch rendement dragen deze sectoren bij tot welvaartscreatie waarmee de maatschappij haar sociale en culturele opdrachten kan financieren. Bovendien zijn studenten van technologische en bedrijfsgerichte professionele opleidingen belangrijke toekomstige actoren van het wetenschaps- en innovatiebeleid. Zij zijn ook belangrijke spelers in het realiseren van de digitale transformatie van onze samenleving.

Werk onredelijke verschillen gedeeltelijk weg

Om al deze redenen is het belangrijk dat de overheid de financiering van de bedrijfsgerichte en technologische opleidingen corrigeert. Dat kan door de puntengewichten van de bedrijfsgerichte en technologische opleidingen op te trekken tot 1,4. Dat is ook wat de Vlaamse hogescholen vragen in hun memorandum aan de volgende Vlaamse regering. 

De noodzakelijke correctie van de puntengewichten van de bedrijfsgerichte en technologische opleidingen mag bovendien geen nadelige gevolgen hebben voor de overige opleidingen. Het succes van de hogeschoolopleidingen heeft immers meer studenten naar de hogescholen gebracht. En daar zijn de hogescholen bijzonder trots op. Maar de financiering is niet navenant meegeëvolueerd. Dat zet nu reeds druk op àlle opleidingen.

Investeren in studenten die kiezen voor bedrijfsgerichte of technologische opleidingen verdient zich snel terug. Door de gecorrigeerde omkadering zullen niet alleen meer, maar ook meer competent opgeleide professionals afstuderen en kunnen deelnemen aan de welvaart (met impact op het BBP). Door het maken van moedige keuzes wordt de slagkracht van Vlaanderen als competitieve Europese topregio verder versterkt. 

Dus: wie vandaag investeert in bedrijfsgerichte en technologische opleidingen, stimuleert de slagkracht van het Vlaanderen van morgen. Geen politicus die daar tegen is toch? Want tenslotte: goed moet geweldig worden. Niet?